Archive for March, 2010
1 op de 20 kleuters mag van de gemeente Nijmegen niet naar school van keuze
Het was zomaar een bericht op NijmegenLeeft.nl: 95% kleuters kan naar favoriete school. Volgens de Nijmeegse Schoolwijzer, kan 95% van de Nijmeegse kleuters aankomend schooljaar naar zijn favoriete basisschool.
De Nijmeegse Schoolwijzer? Dat heeft waarschijnlijk uitleg nodig. In 2009 heeft Nijmegen een systeem ingevoerd om meer spreiding van basisschoolleerlingen te krijgen. Dit is er om voor te zorgen dat een bakfietsvader zijn kind niet naar een andere wijk brengt, als er 2 straten verderop ook een school is. Hiermee wil de gemeente Nijmegen het verder ontstaan van zwarte en witte scholen tegengaan. Ouders mogen een voorkeur opgeven, maar de Schoolwijzer beslist. Bezwaar maken? Dat mag niet.
Nu dus het bericht dat toch nog 95% naar de school van keuze kan. Anders gezegd: 1 0p de 20 kleuters mag níet naar de school van keuze. Is dat veel? Nou, als je met kleine klassen rekent, kom je al snel op 1 leerling per klas waarvan de ouders de vrijheid is ontnomen hun kind het onderwijs te bieden waarbij ze zich het prettigst voelen. Goed, er wordt bij de toewijzing rekening gehouden met de signatuur en onderwijskundig concept waar de ouders voor kozen. Maar dat zijn niet de enige punten waarop je een school kiest.
Ach, kun je redeneren, 5% dat niet helemaal tevreden wordt gesteld, is dat nu zo’n drama… Tja, het percentage lijkt klein. Bij mij komt dan de vraag op: was het probleem dan zo groot dat ze er een systeem voor moesten bedenken?
De invloed van digitale communicatie
Interactieve communicatie; digitale media… het lijken al bijna anachronismen. Digitale media anno nu, zijn social media.
Social media zijn omgevingen waar een hoge mate van interactie plaatsvindt. Groepen mensen komen er samen om te communiceren over onderwerpen die zij belangrijk vinden. Meestal zijn ze daarbij op zoek naar gelijkwaardige personen die dezelfde normen en waarden hebben. Hierdoor ontstaan zogenaamde sociale netwerken.
Networked markets are beginning to self-organize faster than the companies that have traditionally served them. Thanks to the web, markets are becoming better informed, smarter, and more demanding of qualities missing from most business organizations.
De consument bepaalt…
‘Give people control an we will use it. Don’t and you will lose us’ schrijft Jeff Jarvis in zijn boek What Would Google Do. Klanten willen steeds meer invloed hebben op bedrijven, anders zoeken ze naar andere alternatieven. Ze laten zich steeds meer horen via middelen als forums, blogs en feedbackformulieren.
Jeff Jarvis schetst de moderne verhoudingen tussen consument en aanbieders. Voor de consument ziet dat er gunstig uit. Meer dan ooit bepaalt hij het handelen van de aanbieders en producenten.
Enkele belangrijke punten waar men aan de aanbodkant rekening mee moet houden:
- Customers are now in charge
- People can find each other anywhere en coalesce around you — or against you.
- ‘Markets are conversations’ (Cluetrain Manifesto)
- The mass market is dead, replaced by the mass of niches.
Dat de klanten steeds meer hun stem laten horen en daarmee hun invloed doen gelden, blijkt ook uit Amerikaanse cijfers van onderzoeksbureau Forrester:
Whereas in Q2 of 2007, 25 percent of the online audience called themselves “critics” contributing to the social media discussion, a year later this number jumped to 37 percent
…en luistert vooral naar andere consumenten
Sociale netwerken en sociale media hebben een groeiende invloed op het beslissingsproces van consumenten. Nog niet zo lang geleden waren veel aankoopbeslissingen gebaseerd op enige mate van merkenvoorkeur. Kleinere en relatief onbekende merken beginnen een steeds grotere rol te spelen. Dit is voor een deel een direct resultaat van de groei in het gebruik van social netwerken.
En de communicatie tussen mensen dan?
Uit recent onderzoek blijkt dat online communicatie interpersoonlijke aantrekkingskracht stimuleert. Mensen vinden elkaar leuker als ze elkaar via internet leren kennen dan als ze elkaar offline leren kennen. Dit komt onder andere doordat mensen online meer persoonlijke informatie onthullen en meer vragen stellen aan de gesprekspartner. Daarbij is het niet belangrijk of mensen elkaar kunnen zien (via een webcam).
Het maakt voor de kwaliteit van bestaande vriendschappen ook niet uit hoe je elkaar hebt leren kennen. De vriendschappen die online zijn ontstaan en later ook offline werden, zijn van dezelfde kwaliteit als vriendschappen die offline zijn ontstaan. Online communicatie heeft positieve effecten heeft op vriendschapsvorming. Internet is dus zeker geen antisociaal medium, integendeel, het kan juist helpen bij vriendschapsvorming.
Het onderscheid verdwijnt
Nu spreken we nog over digitale communicatie en face-to-face communicatie. Maar hoe lang nog? Het onderscheid daartussen begint meer en meer te verdwijnen. Nu nog betrekkelijk prutserig met webcams en VOIP. Maar hoe lang duurt het nog voordat we de illusie hebben dat we echt met elkaar in dezelfde ruimt zitten met iemand aan de andere kant van de wereld? Volgens dit filmpje minder dan 10 jaar.
